General

Waarom Nederland zo verslingerd is geraakt aan de Formule 1

Wie op een zondagmiddag door een Nederlandse woonwijk loopt terwijl er een Grand Prix bezig is, hoort het vaak al door de open ramen: het geraas van motoren en een commentator die steeds harder gaat praten. Formule 1 is in Nederland uitgegroeid van een niche voor liefhebbers tot een sport waar miljoenen mensen naar kijken. Hoe is dat zo gekomen?

Het antwoord ligt niet bij één coureur of één moment. Het is een opeenstapeling van pioniers, een circuit in de duinen, televisiemakers met een eigen stijl en een generatie fans die oranje tot een vaste kleur op de tribunes heeft gemaakt.

De pioniers van het eerste uur

Lang voordat Nederland een wereldkampioen had, waren er coureurs die de weg vrijmaakten. Carel Godin de Beaufort reed in de jaren vijftig en zestig met zijn eigen Porsche mee in de Formule 1, als een van de laatste echte privérijders. Hij kwam in 1964 om het leven tijdens een training op de Nürburgring, maar zijn naam leeft voort onder liefhebbers.

Later volgden coureurs als Jan Lammers en Huub Rothengatter. Grote successen bleven uit, want ze reden meestal in kleine teams met beperkte middelen. Toch zorgden zij ervoor dat er in Nederland altijd een groep mensen bleef die de sport volgde en wist wat er speelde in de paddock.

Zandvoort als thuisbasis

Een land kan pas echt verliefd worden op een sport als het die van dichtbij kan beleven. Circuit Zandvoort ontving vanaf 1952 Grands Prix voor het wereldkampioenschap en werd met zijn snelle bochten tussen de duinen een favoriet bij veel coureurs. Na 1985 verdween de race van de kalender, en bleef het jarenlang stil.

Toen de Dutch Grand Prix in 2021 terugkeerde, was dat een feest. Het vernieuwde circuit kreeg steile kombochten en de tribunes kleurden volledig oranje. Voor veel fans was het de eerste keer dat ze een Formule 1-race in eigen land konden zien.

Van Jos naar Max

De grote omslag kwam in 1994, toen Jos Verstappen debuteerde bij Benetton, als teamgenoot van Michael Schumacher. Hij haalde dat jaar twee podiumplaatsen en kreeg een flinke schare fans achter zich. De term ‘Jos de Baas’ werd een begrip, en voor het eerst zat een groot deel van Nederland op zondag voor de buis.

Zijn zoon Max Verstappen tilde dat enthousiasme naar een ongekend niveau. Hij debuteerde als zeventienjarige, won op achttienjarige leeftijd zijn eerste race en werd vanaf 2021 meerdere keren wereldkampioen. Daarmee kreeg Nederland voor het eerst een eigen wereldkampioen in de Formule 1, en dat veranderde de sport hier voorgoed van een hobby tot een nationale gebeurtenis.

De stemmen achter de race

Wat de Nederlandse Formule 1-beleving bijzonder maakt, is de manier waarop erover wordt verteld. Commentatoren als Olav Mol zijn bekend geworden door hun emotionele, soms bijna schreeuwende verslaggeving bij spannende momenten. Samen met analisten die zelf hebben geracet, zorgen ze ervoor dat ook kijkers zonder technische kennis begrijpen wat er gebeurt.

Oud-coureurs zijn daarbij een belangrijke schakel. Ze weten hoe het voelt om in een auto te zitten en kunnen uitleggen waarom een inhaalactie wel of niet lukt. Wil je meer lezen over hoe zo’n carrière verloopt, dan vind je op https://nieuwsuitpekela.nl onder meer een stuk over de ontwikkeling van Jan Lammers tot autosportcommentator.

Wat de fans zo trekt

De populariteit van de Formule 1 in Nederland heeft meerdere oorzaken die elkaar versterken. Als je met fans praat, hoor je vaak dezelfde redenen terug:

  • Een Nederlandse coureur die vooraan meestrijdt om zeges
  • De oranje sfeer op tribunes in binnen- en buitenland
  • Toegankelijke uitleg op televisie en via online kanalen
  • Series als Drive to Survive die nieuwe kijkers aantrekken
  • Simracen en gaming, waardoor jongeren zelf achter het stuur kruipen

Een blijvende liefde?

De vraag die veel mensen bezighoudt, is wat er gebeurt als Max Verstappen ooit stopt. Zal het enthousiasme dan wegzakken, zoals na het vertrek van eerdere Nederlandse coureurs? Er zijn redenen om te denken dat het deze keer anders is. De sport heeft inmiddels een brede basis in Nederland, met karters, simracers en jonge talenten die doorstromen in de opleidingsklassen.

Bovendien is een hele generatie opgegroeid met de Formule 1 als vast onderdeel van het weekend. Dat soort gewoontes verdwijnt niet zomaar. Of je nu sinds de tijd van Jos kijkt of pas sinds kort meeleeft, de kans is groot dat het geraas van de motoren nog lang door de Nederlandse huiskamers blijft klinken.